Papendrecht 06-06-2015

Ik had lang getwijfeld waar te rijden op deze zaterdag. Oudelande in Zeeland of traditioneel in Papendrecht. De keuze viel op Papendrecht, maar te lang getwijfeld en zodoende de portemonnee moeten trekken om bij te schrijven. Doel was nu wel om een fatsoenlijke premie mee te pakken om dit financieel te compenseren. Een eerste poging om dat via het drie-ronden-klassement te doen mislukte jammerlijk. Maar verderop in de koers was het wel 2 keer raak in ieder geval.

In de wedstrijd waar de wind zoals te doen gebruikelijk dit jaar zijn partijtje volop meeblies, was er opnieuw twijfel of juist vastberadenheid te bespeuren. Met het oog op de Nationale Kampioenschappen die morgen plaatsvinden, leken de grote mannen de nodige reserves in te bouwen. Nu nodigde het lange stuk wind op en het stukje daarna met wind op de kant ook niet echt uit om aan te vallen. Eenlingen of duo’s werden vrij snel teruggepakt. En zo bleef de boel lang bij elkaar. Dit in tegenstelling tot andere jaren werd er nu immers niet met het mes tussen de tanden gekoerst.

 

Tekening in de strijd ontstond toen met nog ongeveer 10 ronden voor het einde Wim Oldenburg wegreed en kort daarna gezelschap kreeg van Jan Muis. Ik had al wel gevoeld dat er voldoende power in de benen zat om het gat naar hen op het stuk wind op dicht te sprinten. In mijn eentje lukte dat ook. Jammerlijk was alleen dat een ronde later de rest ook weer aan kwam sluiten. Nog jammerlijker was het dat op het aansluitmoment Peter van Wijgerden aanzette en 10 man mee kreeg zonder dat ik erbij was. Even twijfelen bleek genoeg.
Nu kwam dus de vastberadenheid naar voren; ineens waren nu wel alle grote mannen vooraan in de kopgroep. Het leek of ze al hun klokken op dezelfde tijd hadden gezet en iets hadden afgesproken hadden in trant van: op 8 ronden voor het einde rijden we weg.

Vooraan o.a. Erik Meerkerk, Lars Rietveld, Muis, van Wijgerden, de onvermijdelijke Eddy Hermsen, Laurens Koster, Nico Vuurens en Bennie van den Heuvel.

Matthieu Hendriks probeerde in zijn eentje het tij nog te keren, maar zijn solo-achtervolging slaagde niet. Met inmiddels nog 10 man op kop (eentje viel er terug) boog het peloton het hoofd. Rijden voor de troostprijzen dus.

 

Met nog een laatste poging om door flink door te rijden op het stuk wind op probeerde ik nog weg te komen. Maar achterom kijkend aan het einde van dat lange stuk zag ik alles in mijn wiel zitten. Shit. Toch nog mee gesprint en een 19e plaats in de wacht kunnen slepen.

In de sprint vooraan trok Koster aan het langste eind voor Hermsen en Muis.

Met het bijna onverteerbare gevoel dat ik in de kopgroep had moeten c.q. kunnen zitten naar huis en nu op naar de dag van morgen. Nee, geen NK, maar de BWF-wedstrijd die een stukje verderop bij mij wordt georganiseerd in de Blauwe Kei. We gaat het zien.