Breda Blauwe Kei 13-06-2010

Wellicht kwam het ook door de concurrentie van Goirle, maar feit is dat we met slechts 18 renners aan de start stonden. De organisatie had meer verdiend. Nu de klinkerstroken eruit waren gehaald reden we het rondje precies zoals vele jaren geleden toen nog als KNWU-koers. Het startsein kwam voor mij als complete verrassing. Ineens mochten we vertrekken en van schrik kon ik niet snel in mijn pedalen komen. Dit terwijl net als vorige week weer bij het startsein gold: ďJetz gehtís losĒ. Met lichte achterstand toch op gang gekomen, was het meteen volle bak op mijn thuisrondje. Opnieuw zag ik wat gaatjes in de groep ontstaan. Vier bochten in een kilometer blijkt toch veel als er ondanks de kleine groep vol doorgereden wordt. Voor mij reed ploegmaat Bert Kremer en waar ik dacht dat hij mij opwachtte om aan te sluiten liet hij het al meteen lopen. Hij was ook verrast door de plotselinge start, waardoor hij in de eerste ronde wat fouten maakte die hem deden besluiten te stoppen. Maar goed, ik kwam in het spoor maar had wel een rondje of 8 nodig om een beetje op adem te komen. Ik was in ieder geval weer fris genoeg om te reageren op een versnelling van Johan Pemen, die ervandoor ging na een premiesprint. Met tweeŽn trokken we door, achtervolgt door Jordy Suijkerbuijk die er niet in zou slagen aan te komen sluiten. GetweeŽn bouwden we de voorsprong geleidelijk op tot een dertigtal seconden. Heel snel ging dat overigens niet. Wat ook niet snel ging was het rondebord. Ik denk dat we met nog een ronde of 55 (dus ook met nog 55 kilometer) te rijden waren weggereden. Als we vooruit wilden blijven dat hadden we dus nog een aardige rit voor de boeg. Ik moest onderweg nog wel terugdenken aan een jaar of 5 geleden toen we ook met tweeŽn bijna de gehele afwachtingwedstrijd van de Dorpenomloop Rucphen succesvol vooruitreden. Toen leverde het me een 2e plek op want op de snellere sprint van Pemen had/heb ik geen antwoord. Terwijl achter ons een achtervolgend groepje van 6 man ontstaan was met Jack de Klerk, Guus de Graauw, Raphael GabriŽls, Kees van der Sande en Tiny van Rijsbergen en terwijl het rondebord dus tergend langzaam afliep kregen we zicht op het laatste groepje in de koers. Toen we hen bij hadden gehaald haalde dat bij mij heel mijn ritme weg. Met tweeŽn hadden we rondenlang constant tempo gereden met de vaste plekken waarop een van ons het kopwerk deed. Dat werd nu teniet gedaan, door een aantal flinke tempowisselingen. Dit groepje moest overigens een ronde of 5 later afsprinten omdat zij niet voldeden aan de eis van de jury om niet aan te sluiten. Toen we weer met tweeŽn reden bleek de voorsprong opgelopen te zijn tot 45 seconden met nog een kleine 20 ronden te gaan. Terwijl mijn lijf steeds vaker protesteerde reden we de finale in. Ik had me al voorgenomen om vanaf de laatste ronde niet meer over te nemen om nog enige kans te maken in een sprint. Demarreren zat er toen echt al niet meer in. Zo gezegd, zo gedaan. Pemen reed echter ook niet door en zo slonk de opgebouwde voorsprong als sneeuw voor de zon. Voor mij eindigde het pokerspel na de mededeling van Pemen: ďGuus komt eraanĒ. Zijn ploegmakker dus, die inderdaad snel naderde. Dus ja, toch maar op kop gaan rijden en snelheid gemaakt met natuurlijk de zekerheid dat Pemen uit mijn wiel zou gaan komen. Dus van een verrassing van mijn kant was geen sprake meer en Pemen ging bij het inrijden van de finishstraat over me heen en reed naar de overwinning. Ik 2e en de Graauw 3e voor nog een thuisrijder; de Klerk.

Het belangrijkste van deze dag was misschien nog wel dat ik van welke pech dan ook gespaard bleef. Alhoewel ik het op kop rijden met de veel snellere Pemen toch ook wel als een vorm van pech zou kunnen bestempelen ....................................................!

Alle gemaakte fotoís zijn te zien via de link: http://picasaweb.google.nl/Jeroen.Rov/Blauwekei10#